J.J.P.Oud

J.J.P. Oud werd in 1890 in Purmerend geboren. Hij studeerde na de HBS aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus en aan de Rijksnormaalschool te Amsterdam. Hij liep tijdens zijn studie stage bij het bureau Cuypers en Stuyt. Hij ronde zijn studie aan de Technische Hogeschool te Delft af in 1910 en deed nog enkele maanden praktijkervaring op bij Theodoor Fischer. Hij vestigde zich in 1913 voor korte tijd als architect in Purmerend, daarna verplaatste hij zijn werkzaamheden naar Leiden en realiseerde onder andere een woningbouwproject met W.M. Dudok, die daar plaatsvervangend directeur gemeentewerken was. Als zelfstandig architect werkte Oud vanaf 1914 in Leiden, waar hij enkele jaren later Theo van Doesburg leerde kennen. Van Doesburg introduceerde hem bij Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár, Jan Wils en R. van ’t Hoff, een groep die later de Stijl zouden gaan vormen. Oud streefde destijds naar de strengere regels van de Stijl binnen de architectuur. Een voorbeeld hiervan is de terrasvormige huizenrij langs de Boulevard in Scheveningen. In 1919 werd Oud architect bij de gemeentelijke woningdienst van Rotterdam. Hij ontwierp grote complexen arbeiderswoningen, die internationaal veel aandacht en waardering kregen. Met De Kiefhoek, eveneens arbeiderswoningen, presteerde hij met bescheiden middelen vernuftige kleine ruimten te ontwerpen voor de vaak grote gezinnen. Oud trok zich vrij snel terug uit de redactie van De Stijl omdat hij het niet eens was met de dogmatische benadering van de kubistische vormentaal. Wel werden in zijn ontwerpen veel kenmerken van de Stijl verwerkt. Hij voelde zich door De Stijl aangetrokken door het streven naar zuivering van de kunst, dat ook in projecten als Spangen en het Witte Dorp vaar voren kwam. Samen met Mies van der Rohe, Gropius en Le Corbusier behoorde Oud in de jaren twintig tot de meest vooraanstaande moderne architecten ter wereld. Gedurende de jaren dertig voelde Oud meer voor de traditionele kanten van de architectuur, en streefde niet meer zozeer naar het rigide modernisme. Een nieuwe fase brak aan en zijn ontwerpen werden meer gebaseerd op de klassieke symmetrie en traditionele materialen, zoals natuur- en baksteen. Ook kwam een nieuwe interesse naar versiering en abstracte ornamenten. Oud noemde deze nieuwe richtig ‘poëtisch functionalisme’en bouwde in deze stijl onder andere het hoofdkantoor van de Shell in Den Haag, waarin symmetrie en representatie weer een rol speelde. In Nederland werden zijn nieuwe gebouwen nog geprezen, maar in Amerika zagen ze het als een verloochening van de moderne principes. In het Amerikaanse tijdschrift de ; ‘Architectual Record’ werd spottend van ‘Boerenkunst’ gesproken. Oud voelde zich ongetwijfeld te kort gedaan door alle kritieken en probeerde zijn ideeen tot uitdrukking te brengen met de nationale monumenten op de Dam en bij de Grebbeberg. Na verloop van tijd was Oud weer terug bij de strakke vormen van zijn ontwerpen uit de jaren twintig, en probeerde zich te bewijzen met het Bio-vakantieoord te Arnhem en het kantoorgebouw der Levensverzekering maatschappij te Rotterdam. Kortom, zoals Kristin Feireiss, voormalig directeur Nederlands architectuur instituut, over J.J.P. Oud zei: “J.J.P. Oud was waarschijnlijk één van de meest controversiële Nederlandse architecten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Werkte hij tijdens zijn leven alom verwondering en ergernis door de eigenzinnige koers die hij niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de zogenaamde Moderne Beweging in het bouwen uitzette, zelfs na zijn dood is hij door zijn geschriften en uitspraken erin geslaagd menig historicus op het verkeerde been te zetten. Het maakt Oud tot een van de meest raadselachtige en onbekende architecten uit de geschiedenis van de moderne architectuur in Nederland.”