| |
Joop
van Osnabrugge
Joop van Osnabrugge (1917-1988) leerde voor ontwerper bij de opleiding HTS
werktuigbouwkunde. Hij was nuchter en pragmatisch ingesteld, zag zijn werk
als iets zakelijks en commercieels en had de bedrijfsdoeleinden duidelijk
voor ogen. “Een onderneming moet goed verkoopbare producten hebben.
Wanneer een ontwerper fijne dingen maakt en deze worden niet verkocht dan
gaat zo’n zaak op de flacon. De ondernemer noch ontwerper is hiermee
gebaat.” In 1968 ontwierp hij voor DRU een zeer succesvolle,
romantische kachel, compleet met smeedwerk en getordeerd staafwerk, hoewel
hij destijds liever niet wilde dat iedereen dit zou weten. Extreme producten
werden door deze generatie niet gemaakt want “80 % van de mensen
behoort tot de low-brow en daar hebben wij rekening mee te houden.”
Osnabrugge voelde weinig voor het deel nemen aan de vele discussies die
destijds heersten en werkte gewoon door. Niet praten, maar doen was het
motto van de groep praktisch ingestelde ontwerpers, die bij de HTS werktuigbouwkunde
waren afgestudeerd, zoals A. Cordemeyer, W. Gilles, J. Istha, F.H.C. van
der Put en P. van der Scheer. Van Osnabrugge behoort tot de eerste lichting
zelfstandige gevestigde industriële ontwerpers, die in de jaren vijftig
de weekendcursus industriële vormgeving aan de Haagse Academie volgden.
Omdat de opleiding alleen te volgen was vanuit de praktijk, werkte Osnabrugge
eerst als technisch tekenaar bij de telefoondienst in Den Haag. In 1953
werd van Osnabrugge aangenomen bij Philps, en maakte deel uit een klein
team van industrieel ontwerpers. Hij hield zich voornamelijk bezig met het
ontwerpen van kleine huishoudelijke apparaten, waar in Nederland nog niet
veel ervaring mee was opgedaan. Omstreeks 1960 verliet hij Philips en werkte
voor Indola en Holland Electro. Ook werkte hij voor een keukenfirma Everest,
maakte hij kachels voor DRU en enkele ontwerpen voor Inventum. Zijn grootste
successen waren de Pipo-pijp van de firma Gubbels en de Rembrandt haard
van DRU. Voor Joop van Osnabrugge was gebruiksvriendelijkheid van groot
belang en moest dan ook in de praktijk bewezen worden. |