



 |
Emmy
van Leersum
“Mijn belangstelling voor het vak edelsmeden komt voort uit mijn
interesse voor de éénheid tussen kleding en sieraad. Ik
vond en vind nu nog dat sieraden gebruikt worden als decoratie achteraf
of als status object en niet als uitdrukking van de persoonlijkheid van
de drager. Om deze statusbelustheid te doorbreken, bevrijdde ik me van
een aantal beperkingen in het traditionele gebruik van vorm en materiaal.
Ook zie ik mijzelf niet als een edelsmid in de ambachtelijke zin van het
woord. Voor mij is het idee belangrijk, het proces van het maken komt
op de tweede plaats. Te veel nadruk was er in de loop van de jaren op
de vakbekwaamheid gelegd.”
Emmy van Leersum werd in 1930 geboren te Hilversum. In 1962 studeerde
ze af aan het Amsterdamse instituut voor Kunstnijverheid, waar ze onder
andere bij M. Zwollo lessen volgde. Na haar studie vertrok ze voor een
jaar naar Stockholm. In 1965 opende ze samen met Gijs Bakker, waarmee
ze een jaar later trouwt, in een Utrechtse werfkelder hun Atelier voor
Sieraden. Ze bedienen zich in de tweede helft van de zestiger jaren van
een gezamenlijk stempel GIJS + EMMY. De tentoonstelling in het Stedelijk
Museum werd de grote doorbraak. Ze waren erg vooruitstrevend met het exposeren
van sieraden op mannequins in plaats van in vitrines. In de jaren tussen
1965 en 1968 trad er een materiaal verandering, radicale schaalvergroting,
extreme versobering en een functieverandering op in het werk. De schroefarmband
was hiervan het beslissende stuk. Het werk van Emmy van Leersum heeft
een belangrijk aandeel tot de vernieuwing van het sieraad in Nederland.
Haar streven was het sieraad qua vorm en inhoud van zijn historische ballast
te ontdoen en terug te brengen naar de essentie. Ze bevrijdt hiermee de
beperking in traditionele vorm en materiaal. Ze streefde naar een radicale
kunstvorm, niet naar alleen een ‘sieraad’ maar naar een gehele
levenshouding. De ideeën staan voorop waarbij de functies en hun
zicht daarop een belangrijke rol spelen. De heldere voorstellingen leiden
tot zuivere formuleringen die tenslotte in de vorm hun uitdrukking vinden.
De vorm moet duidelijk zijn en volstrekt, zonder vertroebelende toevoegingen
of toevalligheden. Vandaar ook de voorkeur voor voorgevormde materialen
en geometrische grondvormen. Ze ging uit van de stelling dat een sieraad
uit één stuk metaal gemaakt moet worden. Haar werk is voornamelijk
opgebouwd uit lichte metalen, waarbij ze decoratie rigoureus afwees. Van
wezenlijk belang is haar streven naar universele
waarden, hierin werd zij gestimuleerd door kunst van Ad Dekkers en Peter
Struycken.De al eerder genoemde schroefarmband van geanodiseerd aluminium
is een van haar werken die nationaal en internationaal bekend werd. Ze
sloeg hiermee een bres in de traditie van de edelsmeedkunst die tot dan
toe alleen maar decoratief was. Ze zag zichzelf als kunstenaar die haar
inspiratie putte uit de beeldende kunst en die gelijk opwerkte met de
mode. Hierdoor sloeg van Leersum een brug tussen de kunstnijverheid en
de beeldende kunst. Haar werk trok nationaal en internationaal zo sterk
de aandacht dat er vaak van een revolutie binnen het sieraadvak gesproken
wordt. De invloed van Van Leersum op jonge sieraadontwerpers is na haar
dood in 1984-enorm geweest. Ook al werken veel ontwerpers nu theatraler
en ornamenteler, de oorsprong is dat uitgebeende, tot zijn essentie teruggebrachte
object. |