|
Patrick
Kruithof
AFVAL STINKT NIET door Patrick Kruithof Gepubliceerd in O2 Magazine 3/97
en BNI Intern 1/98
De afvalberg is de
goudmijn van de toekomst, volgens ontwerper Patrick Kruithof van De Denktank.
Hieronder zet hij een aantal mogelijkheden voor duurzaamheid uiteen. Materialen,
zowel oud als nieuw, spelen in zijn werk een grote rol.
WAT IS AFVAL?
Stel, u wordt uitgenodigd voor een diner bij vrienden thuis. Het is gezellig
en een prachtige maaltijd verschijnt op tafel. Het eten is heerlijk en
na de koffie leunt u voldaan achterover. De borden met eten verdwijnen
van tafel en belanden op het aanrecht. U bent zo vriendelijk om de afwas
te doen en moet het overgebleven voedsel van het bord af de vuilnisbak
in schuiven. Op dat moment heeft het eten een andere betekenis gekregen:
het is afval; smerig, stinkend en onsmakelijk. Vreemd, want afgezien van
de context is er niets veranderd. Deze verrassende metamorfose speelt
zich ook in omgekeerde volgorde af. Het gaat hier om een ontwerper in
overall die zich een weg baant door een afvalcontainer. Hij treft er een
materiaal aan dat smerig is, stinkt en waardeloos lijkt. In het atelier
aangekomen blijkt het materiaal na schoonmaak zeer bruikbaar te zijn.
De kwaliteit van materialen heeft dus - behalve met de materialen zelf-
ook te maken met de context.

DE ESTHETISCHE KWALITEIT
Veel oude en gerecycleerde materialen hebben een gebrek aan kwaliteit.
Dit wordt veroorzaakt door veroudering en de onzuiverheid van de afvalstroom.
Daardoor kunnen ze moeilijk concurreren met nieuwe materialen, behalve
in laagwaardige toepassingen. Een hekel punt is de esthetische waarde
van deze materialen. Neem nu Tectan van Tetra Pak dat sinds een paar jaar
op de markt verkrijgbaar is. Tectan is een plaatmateriaal, gemaakt van
versnipperde en geperste drankverpakkingen. Het materiaal oogt als een
moderne variant op het pointillisme. Sony heeft Tectan toegepast in geluidsboxen
die sinds kort te koop zijn in Oostenrijk. De platen hebben goede acoustische
eigenschappen. Het materiaal mag dan een positief milieu-imago hebben,
in feite is het product zelf niet duurzaam. In de afvalfase van de boxen
is het niet mogelijk Tectan te scheiden in de oorspronkelijke bestanddelen;
wat rest is verbranding of hergebruik. De huidige infrastructuur van afvalinzameling
en -verwerking is echter onvoldoende ontwikkeld om hergebruik te kunnen
garanderen. Voor sommige milieuvriendelijke consumentenproducten lijkt
Tectan een goede keuze. Maar na verloop van tijd doet het pijn aan je
ogen. Het materiaal lijkt mij eerder geschikt als afscherming voor varkensstallen.
Bedrijven als Sony zijn op de goede weg, maar doen er verstandig aan materialen
eveneens te beoordelen op (esthetische) kwaliteit.
DE DENKTANK
Samen met Eelco Rietveld heb ik in de afgelopen 3 jaar een dwarsdoorsnede
van de afvalberg gemaakt. Daarnaast zijn leveranciers van recyclaten en
hernieuwbare grondstoffen benaderd. Deze informatie is opgeslagen in een
materialenarchief dat gestaag groeit. Ik bewandel de enerverende weg van
secundaire materialen naar nuttige toepassingen. In het ontwerpproces
streef ik naar duurzame en esthetische oplossingen, zonder stigmatiserend
milieustempel. Als blijkt dat de kwaliteit van secundaire materialen niet
toereikend is, wordt er gebruik gemaakt van primaire materialen. DE MATRIX
Ik heb een matrix ontwikkeld waarbij het volgende onderscheid wordt gemaakt:
1 Oud of nieuw materiaal 2 Bedoelde of alternatieve toepassing Met deze
matrix kunnen producten in een bepaalde categorie worden ingedeeld. De
matrix is voor een deel gebaseerd op de Ladder van Lansink (1979), waarin
de mogelijkheden voor afvalverwerking zijn samengevat. Nieuwe materialen
koopt men in de winkel of via de groothandel. Onder "oud" worden die producten
of materialen verstaan die via de vuilnisbak en de vuilniswagen op de
afvalberg terecht komen. De bedoelde toepassing wordt vastgesteld door
de ontwerper/fabrikant. Afhankelijk van het type product is er ruimte
voor alternatieve toepassingen. Deze worden door consumenten en ontwerpers
bedacht. De combinatie van deze twee variabelen vormt de matrix die op
deze pagina staat afgebeeld. De matrix bestaat uit vier verschillende
groepen, die aan de hand van voorbeelden worden toegelicht.
TRADITIONELE PRODUCTONTWIKKELING;
NIEUW PRODUCT, BEDOELDE TOEPASSING Hieronder wordt de ouderwetse vorm
van (massa)productie verstaan. Nieuwe producten worden ontwikkeld voor
een vraag uit de markt. Deze producten bestaan van oudsher uit primaire
materialen. Sinds een aantal jaren is een verschuiving merkbaar van milieuvervuilende
naar milieubewuste productontwikkeling. Een goed voorbeeld van een milieubewust
product is de Océ 7050 kopieermachine. Dit apparaat is energiezuinig,
bestaat deels uit secundair materiaal, biedt de mogelijkheid van hergebruik
van onderdelen en is 'designed for disassembly'. Er zijn meer dan genoeg
slechte producten die in aanmerking komen voor verbetering. In de Ecodesign
projecten wordt hieraan de meeste aandacht geschonken. Aangezien hierover
genoeg geschreven is, ga ik hier verder niet op in.
COMPONENTONTWERPEN;
NIEUW PRODUCT, ALTERNATIEVE TOEPASSING Zodra een product op de markt wordt
gebracht onstaan er spontaan toepassingen die in eerste instantie niet
voorzien waren door de ontwerper/fabrikant. Sommige ontwerpers passen
dit principe toe in hun producten. In feite is hier geen sprake van ontwerpen,
maar slechts het samenvoegen van bestaande componenten. In de kunst is
met deze Ready Mades veelvuldig geëxperimenteerd sinds het beroemde urinoir
van Marcel Duchamp (1917). Op deze manier worden kosten van productontwikkeling
verder uitgespreid in de tijd. Het is niet nodig het product opnieuw te
ontwikkelen. Vaak wordt het oorspronkelijke product echter herkend waardoor
het zijn doel voorbij schiet. Zo kan men van een vergiet een lampenkap
maken. Het blijft echter een vergiet dat op z'n kop hangt. Een mooi voorbeeld
van alternatieve functievervulling is het zwarte melkkrat van de melkcentrale.
Naast het vervoeren van melkpakken/flessen doet dit krat dienst als krantenbak,
stoel, verhuisdoos, of als boekenkrat op rommelmarkten. In Amsterdam worden
ze zelfs op de fiets gemonteerd als bagagebak. Het krat is robuust, stevig,
duurzaam en heeft een neutrale vorm, waardoor er veel ruimte is voor alternatieve
gebruiksfuncties. De stoel 'Welcome' van Gerrit Schilder Jr is in tegenstelling
tot het vergiet een geslaagd voorbeeld van een componentontwerp. Het zitvlak
van deze stoel is een vervormde, ordinaire rubberen voetveegmat. De vervorming
geeft de mat een ander karakter wat in combinatie met het verchroomde
onderstel een verrassend beeld oplevert.
RECYCLING; OUD PRODUCT,
BEDOELDE TOEPASSING
Materialen als glas, aluminium en papier worden in Nederland grootschalig
gerecycleerd. Deze activiteiten leveren over het algemeen geld op. Er
is sprake van een gesloten cyclus en daardoor een grote milieuwinst. Recycling
valt of staat met een goede infrastructuur en kwaliteitsbeheer. Het nadeel
van recycling is echter het verdwijnen van unieke vormkenmerken van producten.
Deze vormkenmerken kunnen nuttig en toepasbaar zijn voor ontwerpers. De
energie die nodig was om tot een bepaalde vorm te komen gaat door recycling
verloren. Dit geldt vooral voor halffabrikaten, die dankzij een simpele
vorm in aanmerking kunnen komen voor hergebruik. Gispen Kantoorinrichting
heeft dit jaar een trolley voor het mobiele kantoor ontwikkeld. De stootrand
en wielkap zijn op advies van De Denktank gemaakt van Promat thermoplastisch
rubber. Dit recyclaat bestaat grotendeels uit oude autobanden. De stoel
Louis 20 van Phillipe Starck voor Vitra is gemaakt van gerecycleerd polypropeen
en aluminium. Deze stoel is een goed voorbeeld, omdat het product er niet
'gerecycled' uit ziet. De stoel wordt in eerste instantie gewaardeerd
vanwege het ontwerp; de vormgeving, de functievervulling, het kleurgebruik,
etc. Het is dus best mogelijk een milieubewust product te ontwerpen, zonder
dat het er te dik bovenop ligt. De gebruikmaking van recyclaat is vooral
een prettige wetenschap voor de ontwerper zelf; de stoel verkoopt goed
en verhelpt en passant een klein deel van het afvalprobleem.
HERGEBRUIK; OUD PRODUCT,
ALTERNATIEVE TOEPASSING
Hergebruik is de meest milieubewuste vorm van productontwikkeling die
tevens kosten bespaart. Het is daarom belangrijk om de eigenschappen van
oude materialen goed te kennen. Hergebruik levert producten op met een
karakter, een verhaal. De krassen en de slijtageplekken geven het product
charme, de kracht van de tand des tijds. Net als bij het componentontwerpen
moet het uitgangsmateriaal zo min mogelijk vormkenmerken hebben. Bij de
waarneming van hergebruikte producten treed dan een vage herkenning op.
Bewoners van de derde wereld beschikken over een indrukwekkende inventiviteit
om afval optimaal te benutten. Dit komt deels voort uit de drang tot overleven,
maar er zit meer achter. Om met de woorden van Roopa Vajpeyi, hoogleraar
Engelse literatuur te Delhi, te spreken: 'Recycling is een onderdeel van
onze religie. Als mens ben je een onderdeel van de natuur. Je kunt en
moet de natuur niet manipuleren. Recycling gaat samen met het geloof in
reïncarnatie'. Afhankelijk van de noodzaak komt deze inventiviteit voor,
in India dus meer dan in Nederland. De rotzooi in het Westen is voor de
derde wereld goud waard. Ontwerpers die streven naar duurzaamheid zouden
over diezelfde inventiviteit moeten beschikken om afvalproblemen op te
lossen. De liniaal CURVA is gemaakt van oude luxaflexlamellen. Deze lamellen
zijn geselecteerd, schoongemaakt, ingekort, gestanst en bedrukt met een
flexibele inkt. Met de liniaal kunnen naast rechte ook ronde objecten
gemeten worden. De rubberlamp LUCE is gemaakt van oude fietsbinnenbanden
en elektrische componenten. Met het rubber is een esthetische verbinding
gemaakt tussen stroombron en lichtbron. De lamp is in de afvalfase gemakkelijk
te ontmantelen in componenten. Met deze producten wordt een klein deel
van het afvalprobleem opgelost. Ze vervullen vooral een voorbeeldfunctie
en be nvloeden daarmee het gedrag van de consument.

OUD OF NIEUW?
Aan de hand van de matrix heb ik een aantal mogelijkheden voor een duurzame
samenleving beschreven. Elk gebied kent waardevolle oplossingen die moeilijk
met elkaar te vergelijken zijn. Welke de beste oplossing is zal per situatie
bekeken moeten worden. Producten waar het recycle-imago te dik op ligt
zijn wat mij betreft minder geslaagd. Het gaat in eerste instantie namelijk
niet om het "milieugehalte" van een product. Het product moet nieuw zijn
en een bepaalde behoefte bevredigen. Een goed ontwerp is per definitie
duurzaam. Het blijft jarenlang in het bezit van de koper, wordt gekoesterd
of wordt als 'collector's item' met een hoge economische waarde verhandeld.
De hamvraag blijft uiteindelijk "wat is oud en wat is nieuw?". Materialen
en producten hebben over het algemeen een lange levensduur en toch belanden
ze vroegtijdig op de afvalberg. Het voedsel dat tijdens de afwas in de
vuilnisbak terecht is gekomen is nog steeds eetbaar voor de zwerver op
straat. Ontwerpers zouden af en toe die zwerversjas aan moeten trekken
om het oude weer als nieuw te maken. |