| |
Babs
Haenen
Babs Haenen werd in 1948 geboren in Amsterdam. Ze werkte aanvankelijk
als danseres maar begon in 1974 met een studie aan de afdeling Keramische
Vormgeving van de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, waar Jan van
der Vaart hoofddocent was. Technisch en artistiek gevormd in een klimaat
dat door toedoen van Mart Stam beïnvloed was door de Bauhaus opvattingen
met de principes ‘form follows function’, ging zij toch snel
haar eigen weg. In 1977 liep ze stage bij Marianne de Trey Shinnersbridge
Pottery in Darlington, Engeland en startte in 1979 een atelier in Amsterdam.
In 1990 richtte ze de ‘Porselein Workshop Coopus’ op te Maastricht,
in samenwerking met Netty van den Heuvel. Sinds 1992 werkt ze behalve
in haar eigen atelier ook als docent aan de Gerrit Rietveld academie.
De keramiek van Babs Naenen is vaak getypeerd als expressief en expressionistisch
omdat de patronen van haar potten duidelijk geïnspireerd zijn door
de abstracte schilderkunst. Babs Haenen werkt met porselein dat zij behandelt
als textiel. In plaats van gietklei en mallen gebruikt zij porselein op
een andere manier dan de gebruikelijke, namelijk met haar handen. De grillige
objecten komen hierdoor niet industrieel maar juist individueel over.
Haar werkwijze kenmerkt zich doordat de porseleine klei in de massa wordt
gekleurd met pigmenten en vervolgens wordt uitgerold tot dunne lappen.
Door de verschillend gekleurde lappen te versnijden en in diverse patronen
weer aan elkaar te voegen, ontstaat de basis voor een object. Rond een
kern van gips wordt een dunne lap textiel gelegd, deze textiel dient om
het kleven van de klei aan het gips te voorkomen. De gipsen kern wordt
ondersteboven opgesteld. Rond de textiel worden de lappen klei als eerste
basis gedrapeerd. De elementen tekening, structuur, golfbeweging, rimpeling
van water, plooival van stof en het landschap komen vaak in haar werk
terug. Zo creëert zij schilderachtige effecten als verloop in kleur,
subtiele schakeringen en aquarelachtige uitwaaieringen. En door te goochelen
met glazuurlagen verhoogt zij later de transparantie of verandert het
oppervlak juist in opmaak. Haar werk wordt gekenmerkt door een grote mate
van expressie in kleur, tekening en vorm. De vaasvorm, die vaak voorkomt
binnen het werk van Haenen, vormt slechts het thema van haar sculpturen
en zijn geen gebruiksvoorwerpen. Later worden de vormen in haar werk meer
complex en verenigt ze meerdere stukken tot een geheel dat resulteert
in kleurrijke landschappelijke tegeltableaus. Kleur speelt bij het werk
van Haenen een belangrijke rol. Zo schreef N. Sprokel in de Gooi en Eemlander
in 2003: “Zo maakte Babs Haenen draperieën van porselein
in blauw-groene tinten en in goudkleur. De stofuitdrukking is bedrieglijk
echt en maakt aanraken bijna noodzakelijk. Dan pas blijkt ook deze oppervlakte
hard. Met een aantal losse tegels laat ze een grote beheersing van het
medium zien, zowel in vorm- als in kleurgebruik. Vaker is haar werk te
zien in tableaus. Dan wordt de oppervlakte tot een kleurige, golvend wand”.
De laatste jaren heeft zij opnieuw de aandacht op zich weten te vestigen
door haar keramische excursies op het gebied van de architectuur. De blauwe
Wadtegel is daarvan het meest bekende voorbeeld, die zij ontwikkelde voor
het Woningbedrijf Amsterdam. In het ontwerp van de tegel is zij ervan
uitgegaan dat een bijzonder gecomponeerd tegelpatroon de sfeer van een
ruimte positief beïnvloedt. Het golvende reliëf laat de speling
van het licht zien. Zo brengt het diepte in een vlakke muur en maakt die
minder kil en hard. Garth Clark, kunsthistoricus, vatte haar stijl samen
onder het genre; ‘Organische Abstractie’, vertaald als
‘ met een voorliefde voor het organische’. “Op een persoonlijke
manier worden natuurvormen verwerkt zodat zij gedistingeerde maar tegelijkertijd
rechtstreekse kunst creëert.” Ze bevecht als geen ander
haar positie als beeldend- in plaats van als toegepast kunstenaar. Haar
werk wordt inmiddels internationaal zeer gewaardeerd. Haar barokke tafelstukken
werden voornamelijk in de V.S. enthousiast ontvangen. In de jaren negentig
presenteerde ze haar werk via de Garth Clark Gallery in New York. In 1991
exposeerde ze haar werk op een tentoonstelling in Museum Het Princessehof
in Leeuwarden en in 1998 in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Ook in
het Boijmans van Beunigen Rotterdam, Carnegie Institute Museum of Art,
het Frans Hals museum, Hetjens Museum Dusseldorf en het Museum of Contemporary
Art Shigaraki Japan is onder andere werk van haar te vinden. |