2 november 2003 t/m 4 januari 2004
centrum cubische constructies 1965 - 1970
Jan Slothouber en William Graatsma
VIVID vormgeving
William Boothlaan 17a
3012VH Rotterdam
open di t/m zo 12-18 uur











 

In 1970 vertegenwoordigden de architecten / vormgevers Jan Slothouber (1918) en William Graatsma (1925) Nederland op de Biënnale van Venetië, de befaamde kunstmanifestatie.
Zij waren daar te zien met hun eigen kubische constructies waaronder een gewelfd trottoir.
Onder de naam centrum voor cubische constructies (ccc) onderzochten Slothouber en Graatsma de wiskundige regelmaat van de kubus, toegepast in diverse constructies van verschillende materialen. ccc ontwikkelde onder meer een kubisch rooster maar ook straatmeubilair en meubilair met kubusvormen die de gebruiker op verschillende manieren aan elkaar kon groeperen.
Het meest bekend werden Slothouber en Graatsma echter met een kinderpostzegel waarop een op de punt gekantelde kubusvorm te zien was.
Met deze expositie haalt VIVID – na de eerdere presentatie met werk van Kho Liang Ie – bijna vergeten pioniers van de Nederlandse, naoorlogse vormgeving weer voor het voetlicht.

Vanaf half jaren vijftig werkten Slothouber en Graatsma bij de Staatsmijnen (DSM). Daar ontwierpen zij verpakkingen, advertenties en tentoonstellingen en bepaalden
zo het corporate image van DSM. Daarnaast experimenteerden ze met kubische constructies en ontwikkelden het verder uit voor toepassingen in de tentoonstellingsbouw.
Dat zij in 1965 in de beeldende kunst belandden komt door de belangstelling die destijds voor serialisme, concept en minimal art ontstond. Conservator Ad Petersen en ontwerper Pieter Brattinga van het Amsterdamse Stedelijk Museum ontdekten de vernieuwende manier van tentoonstellingsontwerp van het duo en nodigde hen voor een tentoonstelling uit.
Dat werd de expositie ‘vier kanten: maat vorm, kleur, letter’, waarin zij vorm- en maatgeving, kleur- en letterexperimenten rond de kubus lieten zien.
Hierna richtten Slothouber en Graatsma het centrum voor cubische constructies op. In 1966 kreeg ccc met Peter Struycken en Johannes Itten een Sikkensprijs uitgereikt voor hun vernieuwende rol in kunst en vormgeving.
Vrijwel bij toeval beland in de kunstwereld volgden andere presentaties, onder andere bij de Amsterdamse galerie Art & Project (1968) en die van de Biënnale in Venetië (1970).

Behalve voor de strikt wiskundige en beperkende mogelijkheden van de kubus, had deze vorm voor Slothouber en Graatsma, als ‘anonieme’ ontdekkers ervan, ook een sociale betekenis. Zich verzettend tegen het persoonlijk individualisme van de Cobra-schilders verkozen zij een meer democratische kunstvorm, waarbij de kubus als universele vorm voor iedereen begrijpelijk en hanteerbaar was. ccc trok daarbij de uiterste consequentie dat zij zich ook niet om het copyright van hun ontwerpen bekommerde.
Zo ontwikkelde zij een universeel frame, bestaand uit twaalf gelijke delen die uit elkaar gehaald kon worden en verschillende toepassingsmogelijkheden bood. Met kubussen in andere maatvoeringen erbij kon men spelenderwijs een geometrische (meubel)constructie bouwen. Een dergelijk principe paste ccc toe bij hun kubische meubelbouwpakketten
Deze voor die tijd nieuwe werkwijze greep terug op de socialistische/democratische idealen om kunst en vormgeving in de samenleving te integreren.
Achteraf beschouwd was ccc de tijd – eigenlijk het serieel ontwerpen met de computer – te ver vooruit. In de jaren zeventig vond hun werk steeds minder weerklank. Ondanks twee grote museumtentoonstellingen kochten musea hun werk niet aan.
Slothouber en Graatsma verruilden het ontwerpersbestaan voor docentschappen in het kunstonderwijs en tenslotte scheidde ook hun wegen.

Chris Reinewald

 


interview VPRO televisie met Jan Slothouber en William Graatsma voor het programma RAM




















Openingswoord Hein van Haaren

In 1965 toonde het Stedelijk Museum Amsterdam op initiatief van Pieter Brattinga het werk van de heren Graatsma en Slothouber, dat zij voor de bedrijfspresentaties op beurzen en tentoonstellingen van het bedrijf DSM maakten. De tentoonstelling kreeg de betekenisvolle titel Vier Kanten.
Dat waren de vier kanten van het werk op dat moment:
MAAT
VORM
KLEUR
LETTER.

In beknopte teksten legden zij in de kleine catalogus uit, waarop hun vormgeving was gebaseerd.

Over maat:
dingen die bij elkaar moeten passen
dienen overeenkomstige afmetingen te hebben.

door de verdubbeling of halvering van een maat
in twee of drie richtingen
ontstaat een ruimtelijk, een ritmisch geordende structuur

Over vorm:

een kubus is een ruimtelijk vierkant
een projectie ervan vormt een regelmatige zeshoek
deze projectie geeft een ruimtelijke illusie
waarvan door ons gebruik gemaakt wordt

de constructie van een cubische vorm
uit zes gelijke elementen
is de ruimtelijke rechthoekige samenstelling
van ruimtelijk rechthoekige delen

op deze manier ontstaat een knooppunt
dat in drie richtingen kan worden verlengd
en al of niet gekanteld kan worden gekoppeld
tot een ruimtelijke strictuur.

dit leidt tot een beperkt aantal mogelijkheden
binnen een eenvoudig susteem
dat alle vormen toelaat
die op overeenkomstige wijze zijn geconstrueerd.

Over kleur:

wij gebruiken geen kleur
waar het niet nodig is
door de aanwezigheid van een natuurlijke structuur
of de toepassing van een grijsreeks.

wanneer wel gebruikt, b.v. om zijn emotionele waarde, dan wordt deze beperkt
tot een zesdelig spectrum van primaire kleuren.

Over letter:

het ging om een letter met een zelfstandig karakter, bruikbaar en
karakteristiek.
niet bizar, maar doodgewoon.

Conclusie van de heren:

Het doet ons genoegen dat onze letter nu al jarenlang
aan weinigen is opgevallen maar door velen wordt geaccepteerd.

Deze uitgangspunten, zoals in 1965 beschreven, zijn onveranderd gebleven voor hun later niet meer bedrijfsgebonden werkzaamheden in het Centrum voor Cubische Constructies.
Hun onderzoek met zelf opgelegde beperkingen in vorm, maatvoering en kleurgebruik heeft tot opmerkelijke resultaten geleid.
Zij hebben laten zien, hoeveel variatie er mogelijk is in vorm en toepassing, mede door wisselend materiaal gebruik. Veel daarvan is bruikbaar en veel is slechts kijkbaar. Zowel het bruikbare als het kijkbare laten zien, hoe complex en intrigerend de beelden en gebruiksvoorwerpen als resultaat van beperkende uitgangspunten kunnen zijn.

Na de tentoonstelling in het Stedelijk Museum blijft hun werk de aandacht vragen. Uit mijn geheugen herinner ik me een paar momenten. Dat is de tentoonstelling bij Ton Berends van Nouvelles Images in Den Haag in 1968…..In 1970 wordt hun werk als Nederlandse inzending op de Biënnale van Venetië getoond. Daar tonen zij voor het eerst hun studies en toepassingen van ‘gewelfde kubus’.
Daar was het cubisch gewelfde trottoir, dat toen en ook nu weer hier een aangename openbaring was en een uitnodiging inhield aan de publieke ruimte om eens iets vanzelfsprekends en leuks voor de kinderen te doen.
Daar ook zijn voorbeelden van de cubisch gewelfde schaal en het cubisch gewelfde net, waarvan er hier ook een te zien is.
In het door Rietveld gebouwde paviljoen voelden de vormen van het Cubisch Centrum zich uitstekend thuis.

De puriteinse ernst en eenvoud van de kubus, waarmee hun werk begon, was in 1970 uitgegroeid tot een vormentaal, waarin de rechthoek verzacht was tot een ritmisch stromen, waarin verstand en gevoel zich op zeer humane wijze met elkaar vermengden.

De laatste jaren is het wat stil geworden rondom de çubische constructies’. Dat is niet verwonderlijk. De beide heren leven in het pensioenaat. Wat zij tot stand brachten is onderdeel geworden van het culturele erfgoed, maar is geenszins een gesloten boek. In ons postmodernistische tijdperk, dat al weer twee decennia oud is, kan een zo goed doordachte boodschap uit de jaren zestig alleen maar inspirerend werken.
In 1970 verscheen tegelijkertijd met de tentoonstelling in Venetië een boek met de veelzeggende titel cubic constructions compendium, waarin een vrijwel volledige documentatie van het werk tot dan toe is opgenomen.
Op deze plek bij VIVID zijn een aantal voorbeelden bijeengebracht die u overtuigend laten zien wat systematische analyse en creatieve synthese tot stand kan brengen.
Ik hoop, dat u het in u opneemt en zich er door laat inspireren met dank aan VIVID.

2 november 2003

 

VIVID buffet bij TENT.


VIVID vouwblad / poster, ontwerp David Quay
 

Naar aanleiding van de VIVID-tentoonsteling centrum cubische constructies 1965-1970 organiseert VIVID op
26 november 2003 om 20.00 uur in Zaal de Unie, Rotterdam het debat:

Crisis in de vormgeving

met: Hella Jongerius, Ed Annink, Teake Bulstra en Marjan Unger

meer informatie >>>