presentatie Jaarboek Nederlandse Vormgeving 05 door Aaron Betsky, directeur Nederlands Architectuur Instituut

zondag 20 november 2005 bij VIVID vormgeving Rotterdam

De internationale positie van het Nederlandse design. Dat was het centrale thema van de speech van Aaron Betsky, directeur van het NAi, bij de presentatie van het tweede jaarboek design van Timo de Rijk en Aad Krol in galerie VIVID in Rotterdam. Betsky memoreerde een bezoek aan de befaamde Moss Gallery in New York, 'de VIVID van Amerika.'. Gespot als Nederlander werd hij naar Nederlandse ontwerpen geleid. 'Daarbij passeerden we prachtige en elegante industriële ontwerpen uit landen als Italië en Denemarken om uiteindelijk uit te komen bij de unica van onder anderen Hella Jongerius en Tord Boontje als het beste van het hedendaagse design uit Nederland in de galerie.' Betsky vindt dat een opmerkelijk positie, vooral in het licht van het internationaal aan de weg timmerende Nederlandse industriële design. Enigszins ironisch citeerde hij de dekaan van de TU in Delft Cees de Bont, die tijdens het symposium Technology and Creativity vertelde dat de faculteit Industrieel Ontwerpen momenteel op de wereldranglijst van opleidingen de vijfde plaats inneemt.
Betsky herinnerde eraan dat Nederland al heel lang op het gebied van vormgeving iets betekent in Europa. Als een van de belangrijkste factoren daarvan noemde hij 'het modernisme' dat hij omschreef als een 'religie in de Nederlandse vormgeving' die volgens hem steeds weer aanzet tot vernieuwing. Bij een nadere analyse van de eigenschappen van Dutch Design onderscheidde hij de geografische positie. De eigenaardigheid dat het een paar honderd kilometer verderop om Duitse vormgeving gaat of Belgische en dat je dat verschil ook kunt zien.


Als oorzaken van dit gemeenschappelijk stijlkenmerk zag hij de 'gedeelde ontwerptraditie' , 'een canon van ontwerpers' en 'de Nederlandse smaakcultuur.'
Betsky onderscheidt ruwweg vier verschillende werelden.
1
Een wereld wordt verbeeldt door een denkbeeldige as die ruwweg loopt van de Staalstraat in Amsterdam, waar Droog Design gevestigd is, via VIVID in Rotterdam tot de DesignAcademy in Eindhoven. Het is het segment van een verdoorgevoerd modernisme en de huidige unica-cultuur.
2
Een tweede as loopt van de Premsela Stichting naar de TU Delft. (Betsky had eerder in z'n speech gememoreerd dat de het beeld van de Nederlandse industriële vormgeving in het buitenland vooral bepaald wordt door innovaties als de BeerTender en de Senseo-koffiemachine, al is dit laatste ontwerp in Amerika niet bepaald een succes. Hoe dubbel op dit door vormgevers uit het eerste segment verfoeide apparaat wordt gereageerd illustreerde hij met de anekdote dat Hella Jongerius de Senseo een vreselijk ontwerp vindt, maar desondanks thuis wel de Senseo gebruikt.)
3
Als derde segment ziet Betsky een breed verspreidde modernistisch smaakcultuur op het gebied van vormgeving die hij vooral belichaamd ziet in het aanbod van bedrijven als de HEMA en IKEA ('het heeft de meeste vestigingen in Nederland en ook het hoofdkantoor is hier gevestigd). Verder noemde hij Jan des Bouvrie als prototype van dit volkse modernisme.
4
In het vierde segment plaatst hij de typisch Hollandse cultuur van het eikenhouten meubel zoals dat in Oisterwijk werd geproduceerd en dat nog steeds een groot aantal Nederlandse interieurs domineert.

Tenslotte eindigde Betsky met de hoop dat er op deze plek waar we nu staan, ooit een gebouw komt (van minimaal zes etages) waarin al die verschillende vormgevingssegmenten te zien én te koop zullen zijn. Iedereen kan zich in dit gebouw een goed beeld vormen van wat onder Nederlandse vormgeving moet worden verstaan. En als ideaal schetste hij de verschillende werelden van de vormgeving die van elkaars inzichten zouden profiteren.

Erik Beenker