Meubels van Artifort in het Stedelijk Museum Amsterdam

10 juli t/m 29 augustus 2004

Ter gelegenheid van de manifestatie Amsterdam Artifort-stad heeft het Nederlandse bedrijf Artifort verschillende meubels uit zijn historische collectie aan het Stedelijk Museum geschonken. Stedelijk Museum CS toont ze vanaf 10 juli in combinatie met ander Artifort-meubilair dat zich reeds in de museumcollectie bevond.

De in totaal circa 12 meubels, getoond in de grote entreehal op de tweede verdieping van SMCS, vormen een beknopt overzicht van de laatste 50 jaar.

De volgende ontwerpers zijn vertegenwoordigd: Kho Liang Ie, Geoffrey Harcourt, Pierre Paulin, Gijs Bakker, Bruno Ninaber van Eyben, Jasper Morrison. Uniek zijn twee modellen van Pierre Paulin die een bijzondere bekleding naar ontwerp van Fanny Aronsen uit 2001 hebben gekregen.

In 1890 vestigde Jules Wagemans zich in Maastricht als tapisseur-garnisseur (behanger/stoffeerder). Sinds het eind van de jaren twintig werden er door de firma Wagemans (later Wagemans & Van Tuinen) onder leiding van zijn zoon Henricus ook meubelen onder de merknaam Artifort geproduceerd.

Henricus nam ontwerper Theo Ruth in vaste dienst voor het ontwerp van nieuwe modellen voor de collectie en voor speciale opdrachten zoals de inrichting van passagiersschepen. De naam van het merk – een samentrekking van het Latijnse ‘ars’ (kunst oftewel goede vormgeving) en ‘fortis’ (sterk oftewel duurzaam) – kreeg een nog krachtigere impuls in 1958.

Toen werd binnenhuisarchitect Kho Liang Ie esthetisch adviseur. Hij zette een beleid uit dat gericht was op samenwerking met internationale ontwerpers en oriëntatie op het topsegment van de internationale markt. Dat bleek succesvol.
Sommige modellen uit de jaren zestig van de Franse ontwerper Pierre Paulin en de Brit Geoffrey Harcourt worden nog steeds (of weer) geproduceerd. Ook komen er regelmatig ontwerpen van gerenommeerde ontwerpers bij, zoals de Vega stoelen (1997) van Jasper Morrison en in 2004 een kastensysteem van Khodi Feiz.

Artifort is tegenwoordig onderdeel van het Nederlandse meubelconcern Lande












nog te zien t/m 29 augustus:

Kramer vs Rietveld - Contrasten in de meubelcollectie

Stedelijk Museum Amsterdam

Een van de openingstentoonstellingen van de tijdelijke locatie van het Stedelijk aan de Oosterdokskade is een grootse presentatie van de meubelcollectie van het museum.
Centraal in dit overzicht staan uitgebreide selecties uit de oeuvres van Piet Kramer en Gerrit Rietveld. Daarnaast is er uitgebreid aandacht voor meubilair van andere ontwerpers uit de periode 1845 tot nu.

De architecten-ontwerpers Kramer en Rietveld worden doorgaans als elkaars tegenpolen beschouwd.
Piet Kramer (1881-1961) was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Amsterdamse School, de expressionistische architectuurstroming in de hoofdstad tijdens het interbellum. De Amsterdamse School, met talloze voorbeelden op het gebied van sociale woningbouw, is vooral bekend om de grillige vormentaal en rijke ornamentiek.
Gerrit Rietveld (1888-1964) behoorde enige tijd tot De Stijl en was een functionalist. Zijn bekendste werk is het Rietveld-Schröder-huis in Utrecht..
Beide architecten waren in hun contrastvolle stijlen ook zeer actief op het gebied van meubelvormgeving. Het Stedelijk Museum bezit van hen, naast het Centraal Museum voor zover het Rietveld betreft, de meest omvangrijke en meest veelzijdige meubelverzameling in Nederland.

KRAMER vs. RIETVELD toont de twee ontwerpers beiden als de absolute voorhoede van hun tijd, ondanks hun totaal tegengestelde stijlen. Het kwam in die tijd echter wel voor dat in één woning zowel een Kramer- als een Rietveld-ensemble werd gebruikt. De tentoonstelling laat zien hoe beiden met rijke kleurtoepassingen werkten: Rietveld vooral met de primaire kleuren rood, geel en blauw en Kramer met de secundaire kleuren oranje, groen en paars, hetgeen veel minder bekend is.

Van beiden zijn ook bepaald onalledaagse objecten te zien, zoals Kramers vleugel en een complete slaapkamer van Rietveld.
Zeer bijzonder in de tentoonstelling zijn nooit eerder geëxposeerde meubels van Piet Kramer die onlangs zijn gerestaureerd en op deze tentoonstelling voor het eerst sinds tijden in hun bonte pracht te zien zijn.

Meer dan objecten van deze twee tijdgenoten geeft KRAMER vs. RIETVELD aan de hand van het centrale thema Contrasten een overzicht van anderhalve eeuw meubelontwerpen met uitsluitend stukken uit de collectie van het Stedelijk. Daarin zijn onder meer vertegenwoordigd Thonet, Lion Cachet, Berlage, Mies van der Rohe, Perriand, Aalto, Jacobsen, Beltzig, Starck, Sottsass, De Lucchi, Ditzel, Arad, Hans en Wanders.

Directe aanleiding voor de tentoonstelling KRAMER vs. RIETVELD is de publicatie van de grote bestandscatalogus van meubels in de collectie van het Stedelijk (de eerste van het museum). De meubelcollectie is vanaf 1934 opgebouwd en telt nu meer dan 1000 stoelen, banken, tafels, kasten, kamerschermen alsook complete ameublementen.
Naast een volledig overzicht van de meubelverzameling tot 2000 bevat deze catalogus ook een inleiding op de geschiedenis van de collectie en de tentoonstellingsactiviteiten. Daarnaast wordt een aantal thema’s in korte teksten nader toegelicht.

'The Furniture Collection 1850-2000’
From Michael Thonet to Marcel Wanders’.
Uitgave: NAi Uitgevers i.s.m. Stedelijk Museum Amsterdam.
Samenstelling & tekst: Luca Dosi Delfini, met bijdragen van Jan van Adrichem, Philip van Daalen, Ingeborg de Roode, Monique Splinter en Marijke van de Weerdt.
Redactie: Jan van Adrichem, Ingeborg de Roode.
Vormgeving: Beukers/Scholma. Fotografie: Erik en Petra Hesmerg.
Geïllustreerd (kleur en zw/w), Gebonden, 456 pagina’s, Formaat: 24,5 x 31 cm.
Isbn 90-5662-194-7. Tekst in Engels.

Van 14 mei t/m 14 juli 2004 geldt de actieprijs van € 69,50. Daarna € 82,50
stedelijk.nl